workshop 1

 

werken aan de vorm

hoe het begint, hoe het begon

 

 

‘ik maak je vrij, halfvrije’
Deze Oudnederlandse zin werd opgeschreven in een zesde-eeuws wetboek. Daarmee is het op dit moment de oudst bekende Nederlandstalige tekstregel.

 

U hebt een gedachte, niet zomaar een. Het is een gedachte die u wilt opschrijven om hem niet te vergeten, omdat de gedachte u vrolijk maakt, eentje die u troost, die grappig klinkt of gewoon alleen maar omdat u niet bang bent voor wit papier.

 

‘Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic enda thu wat unbidan we nu’.
In ‘gewoon’ Nederlands staat er:
‘Alle vogels zijn nesten begonnen, behalve jij en ik. Waar wachten we nog op?’

 

Dit is dus niet de oudste nederlandse zin. Maar de regel spreekt aan omdat deze iets liefs heeft, iets romantisch. Misschien is het daarom wel de oudste Nederlandstalige dichtregel.
Poëzie of dichtkunst is van alle tijden.
'hebban olla vogala...' werd geschreven in de marge van een oud predikenhandschrift. Waarschijnlijk heeft de schrijver dit even gekrabbeld om zo zijn nieuwe pen te proberen.
Wie schrijft die blijft.

 

Wat schrijft u? Als u gedachtenloos iets opkrabbelt, wat komt er dan uit uw pen?
en als u die gedachte dan mooi vorm wil geven? Hoe zou u dat dan doen?

Ben je een beginner of al meer ervaren en wil jij jezelf verbeteren, dan is deze workshop in twee dagdelen zeker iets voor jou.


Nieuwsgierig naar poëzie, meld je dan aan via

 

contact@uitgeverijleeuwenhof.nl
of
info@janbulsink.nl